De oorsprong van het beroemde bedevaartsoord Maria Weißenstein (gelegen op ongeveer 1530 m hoogte) gaat terug tot het jaar 1553, toen de maagd Maria verscheen aan de bergboer Leonhard Weißensteiner en hij daardoor genas van zijn ziekte. Om zijn dankbaarheid te tonen vroeg zij hem een kapel te bouwen waar gelovigen naartoe konden gaan om voor haar te bidden. De oorspronkelijke kapel werd echter al snel een druk bedevaartsoord en daarom was het nodig een echte kerk te bouwen. De basiliek, zoals we die nu kennen, werd in 1654 voltooid en is een prachtig voorbeeld van barokstijl. De kerk bevat de oorspronkelijke kapel, die werd gebouwd door L. Weißensteiner, het hoofdaltaar, dat is bedekt met geslagen goud en zilver, de prachtige fresco's op de bogen (gemaakt door Adam Mölk), de zijaltaren van Pußjägers en verschillende andere kunstwerken gemaakt door A. Silber en F. Haider. Er is ook een beeld van de treurende Madonna met de dode zoon liggend in haar schoot, dat nog steeds bijzonder vereerd wordt door de talrijke bezoekers. Om de kerk binnen te gaan moet men door een hal gaan waar honderden votiefborden worden bewaard, terwijl direct naast de kerk de kapel van de H. Peregrin Lasiosi staat, beschermheilige van kankerpatiënten.