De Collegiale Kerk van St. Servatii is het hart van de UNESCO Werelderfgoedstad Quedlinburg. Opgericht in het begin van de 10e eeuw door de eerste Duitse koning Hendrik I als Paltskapel, werd de kerk in 936 zijn graf. Op instigatie van zijn weduwe, de heilige Mathilde, werd op deze plaats een hoogstaand klooster gebouwd, dat nauw verbonden was met de Ottoonse en Salische heersende families en de liturgische herinnering aan de koninklijke graven bewaarde. Zeer romaanse architectuur en middeleeuwse schatkunst nodigen u uit om de plaats van de eerste Duitse koningen en keizers te ontdekken en tot leven te brengen. Koning Hendrik I en zijn vrouw, de heilige Mathilde, legden de eerste steen voor de ontwikkeling van het klooster, de stad en de staat. De Ottoonse traditie om naar Quedlinburg te komen werd ook door latere keizers gevolgd. De wereldberoemde schat van de collegiale kerk is nog steeds een indrukwekkende getuigenis van deze rijke geschiedenis.
De schat van de collegiale kerk St. Servatii in Quedlinburg is een uitstekend bewaard gebleven ensemble van middeleeuwse schatkunst. De wortels ervan gaan terug tot de stichting van de vrouwenabdij onder de Ottonianen. De rijkdom groeide gestaag door keizerlijke privileges en stichtingen. De zeer vereerde relikwieën, hun kostbare recipiënten en vooral de unieke manuscripten werden vooral gebruikt voor de liturgie. Naast beeldhouwwerken en paneelschilderingen zijn unieke goudsmeedwerken, fijn ivoorsnijwerk en stralende werken van oosters kristalslijpwerk bewaard gebleven. Een bijzonder hoogtepunt is een geknoopt tapijt van rond 1200, het oudste bewaarde geknoopte tapijt in Europa.