De kerk van St. Michael is een vroegromaanse kerk in Hildesheim, Duitsland. Ze staat sinds 1985 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Het is nu een Lutherse kerk. De bouwer van de Sint-Michielskerk in Hildesheim is niemand minder dan bisschop Bernward, voogd van keizer Otto III, die in 1192 heilig werd verklaard. Bisschop Bernward kreeg als dank voor zijn diensten een splinter van het Heilig Kruis. Deze weelderige erekerk werd gebouwd tussen 1010 en 1022, en vormt een belangrijk stuk middeleeuwse architectuur, dat samen met de Dom van Hildesheim (Mariendom), gebouwd in 1046, en de Duizendjarige Roos deel uitmaakt van het UNESCO-werelderfgoed. De kerk is een belangrijk voorbeeld van (vroeg)-Romaanse architectuur. Het grondplan van de dubbelkorige basiliek heeft een strikte symmetrie en de afwisselende steunen die het vooraanzicht van de centrale zijbeuk bepalen zijn een van Ottoniaanse en Romaanse architectuur.
Bovendien kreeg volgens de legende een blind meisje haar zicht terug bij het graf van Bernward in de crypte van de Sint-Michielskerk.
De architectuur en de inrichting van de Sint-Michielskerk zijn in de loop der eeuwen meermaals gewijzigd. Het pronkstuk van het kerkinterieur is het beschilderde houten plafond met de boom van Jesse, die de genealogie van Christus uitbeeldt. Het in Duitsland unieke, aan het begin van de 13e eeuw ontstane vlakke plafond geeft een fascinerende indruk van de romaanse monumentale schilderkunst. De algemene indruk van het (huidige) interieur wordt vooral gekenmerkt door de lichtinval die van alle kanten binnenvalt, vooral door de ramen in het oost- en westkoor.
De kerk werd in 1945 volledig verwoest door een luchtaanval. De wederopbouw van de Sint-Michielskerk naar het oorspronkelijke Ottoniaanse ontwerp werd voltooid met de inwijding van de kerk in 1960. Tegenwoordig is de Sint-Michielskerk een van de drie gemeenschappelijke kerken in Nedersaksen en wordt ze gezamenlijk gebruikt door protestantse en katholieke christenen. Samen met de Dom van Hildesheim maakt zij sinds 1985 deel uit van het UNESCO-wereldcultuurerfgoed.