Al met al is de kerk van St. Ursula gemakkelijk een van de top verborgen juweeltjes in Duitsland. St. Ursula werd ook in de late oudheid gebouwd. Ze ontstond op het terrein van een Romeins kerkhof. Ze werd genoemd naar de Bretonse prinses Ursula, die volgens de legende samen met 11.000 vrouwelijke metgezellen de marteldood leed in Keulen. De kerk was oorspronkelijk gewijd aan de Heilige Maagd. De legende en de cultus rond deze martelares wonnen aan kracht telkens als er aan de kerk of de omgeving ervan werd gebouwd.
Tijdens de bouwwerkzaamheden werden talrijke stoffelijke resten gevonden, die uiteraard beschouwd werden als de resten van de vrouwelijke martelaren. Dat alles is onderdeel geworden van de kerk die in het begin van de 12e eeuw als galerijbasiliek werd gebouwd, niet in de laatste plaats om ruimte te creëren voor de talrijke relikwieën.
Toen het koor in de 13e eeuw in gotische vormen werd herbouwd, werd de presentatie van de relieken steeds belangrijker: de muren werden uitgevoerd met dubbele schalen, enerzijds om ruimte te creëren en anderzijds om de relieken achter tralies tentoon te stellen. De directe nabijheid van de relieken kreeg in de barok meer prioriteit en er werd een kapel annex gebouwd: de zogenaamde Gouden Kamer was van boven tot onder gevuld met relikwieën en kan nog steeds worden bezocht.
De kerk heeft een rijke inrichting uit verschillende eeuwen. De laat-antieke "Clematius-inscriptie" of het barokke Graf van de Heilige Ursula zijn voorwerpen die volledig bij de locatie horen, net als de twee schrijnen achter het hoogaltaar en vooral de reliekbustes met de gezegende lachende gezichten van de Maagden.