Het zoutmeer van Larnaca ligt ten zuidwesten van de stad Larnaca, vlakbij de luchthaven van de stad. In de winter vult het meer zich met water en trekvogels zoals flamingo's, terwijl in de zomer het meer verdampt en een 4-10 cm dikke zoutkorst achterlaat. Volgens de legende is het zoutmeer ontstaan door de vloek van de heilige Lazarus. Toen de heilige Lazarus op een dag door het gebied liep, vroeg hij een vrouw om hem wat druiven uit haar wijngaard te geven. De vrouw weigerde en de heilige Lazarus veranderde haar wijngaard in een zoutmeer. De wetenschappelijke verklaring is dat het zoute water het poreuze gesteente tussen het meer en de zee binnendringt, waardoor het water zeer zout wordt. In de Romeinse tijd was zout zo waardevol, dat soldaten met zout werden betaald in plaats van met geld. In de 12e-14e eeuw was Larnaca de meest bedrijvige haven van Cyprus en was zout een van de belangrijkste exportproducten.