Het Nationaal Park Karkonosze beslaat het grootste deel van het Karkonosze-gebergte, van Mumlawski Wierch in het westen tot de Okraj-pas in het oosten. Het nationale park heeft de status van nationaal geopark en maakt deel uit van het UNESCO biosfeerreservaat en de Natura 2000 gebieden. Dit gebied staat bekend om zijn rijke flora en fauna en de unieke geologische structuur.
Het park werd geopend in 1959. Het kenmerk is de genoemde uitzonderlijke geologische structuur die bestaat uit vele soorten rotsen en mineralen. Het park omvat ook twee aparte enclaves: Szklarka waterval en Chojnik berg met een kasteel: De hoogste berg in Karkonosze is Śnieżka (1602 m boven de zeespiegel) die kan worden bereikt via een pad dat van de stoeltjeslift naar Kopa leidt. Op de top van Śnieżka bevindt zich de Sint Laurens kapel (17e eeuw), een meteorologisch observatorium en een restaurant. Het landschap van het park is zeer bijzonder, en dit vanwege de directe nabijheid van typische bergvormen en moerassen. Uitgestrekte, vlakke topdelen met venen en moerassen gaan gepaard met steile rotswanden van postglaciale cirques. Het landschap wordt aangevuld met bergmeren en rotsen in ongewone vormen en tot de verbeelding sprekende namen als: Pilgrims, Horse Heads, Three Little Pigs, Raven Rocks. Bij de grens van het park bevindt zich de hoogste waterval in het Poolse deel van Karkonosze - Kamieńczyk waterval (27 m hoog), en in een aparte enclave van het park, de Szklarka waterval - een van de meest herkenbare en schilderachtige watervallen in Polen.