De legende vertelt dat de heilige Julius, een prediker en krijger uit de 4e eeuw na Christus, die koste wat het kost zijn honderdste kerk wilde bouwen, tot aan de oevers van het meer ging en hier, gefascineerd door de plek, het eiland stond te aanschouwen, dat - naar men zegt - toen werd achtervolgd door draken en slangen. De heilige, die geen boot vond, spreidde zijn mantel uit over het water en bereikte lopend het eiland.
Hij verjoeg draken en slangen door pure spreekkracht en begon zijn honderdste kerk te bouwen, waarin hij later werd begraven. In de basiliek staan heilige beelden die draken voorstellen en in de sacristie staat een oude smeedijzeren draak waarboven een bot hangt, een enorme echte wervel van een meter.