In de jaren 1860, lang nadat de locatie was omgebouwd tot een 17e-eeuwse gotische kathedraal, besloten de beheerders de orgelpijpen te laten schoonmaken (misschien hadden ze iets geroken). In de buizen vonden ze de lichamen van een kat en een rat, die kennelijk midden in de nauwe ruimte gevangen zaten. Men kan zich alleen maar de gruwel van het tafereel voorstellen.
In een gebaar van menselijkheid besloten de opzichters om ze tentoon te stellen in een glazen kist in de crypte naast de graven van bisschoppen en koningsbeelden. Lokale mensen die hen kwamen bekijken gaven het duo de bijnaam Tom en Jerry, de namen sloegen aan en het verhaal verspreidde zich. In zijn roman Finnegan's Wake (1939) schreef James Joyce dat een van zijn personages "zo vast zat als die kat aan die muis in die buis van dat Christchurch-orgel".