Het Markgravenoperahuis, waarvan het Logentheater volledig uit hout bestaat, wordt beschouwd als het mooiste en best bewaarde baroktheater in Europa uit de 18e eeuw. De markgravenopera werd tussen 1746 en 1750 gebouwd ter gelegenheid van de verloving van Elisabeth Friederike Sophie, de dochter van markgraaf Friedrich en Wilhelmine, met hertog Carl Eugen van Württemberg. Het gebouw met zijn strenge gevel werd opgetrokken door de Bayreuthse hofarchitect Joseph Saint-Pierre. Giuseppe Galli Bibiena, uit een beroemde Bolognese theaterfamilie, kreeg de opdracht het interieur in te richten. De serieuze, Italiaanse barokstijl verschilt sterk van de eerder vrolijke rococo van Bayreuth en onderscheidt het Markgravenoperahuis van andere beroemde gebouwen in de stad. Hoewel het bij de bruiloft in september 1748 nog niet helemaal klaar was, werd het theater ter gelegenheid van de festiviteiten ingewijd met opvoeringen van de opera's "Il trionfo d'Ezio" en "Artaxerxes". Het libretto voor de opera "Artaxerxes" werd geschreven door markgravin Wilhelmine zelf, die een uitgesproken artistieke inslag had.