Zes-uurs klokken, “zogenaamde Romeinse stijl, zijn bijzondere klokken die niet de traditionele onderverdeling van de tijd in XII uur laten zien, maar in VI. Het zijn zonnewijzers, die op het geluid van de klokken de oude cursieve uren aangaven die de kerk tegen het einde van de 13e eeuw in Rome had aangenomen. Deze uren werden gemarkeerd door het begin van de meettijd te beschouwen vanaf de avond Avemaria, kort na zonsondergang, en niet meer vanaf middernacht, zoals gebruikelijk was. Er waren dus vier volledige omwentelingen van de hand nodig om bij de 24 uur te komen, waardoor de dag werd verdeeld in vier intervallen van elk 6 uur. Om de tijd beter te begrijpen, werd ook de zogenaamde ribotta voorzien: na ongeveer een minuut werd hetzelfde aantal slagen herhaald om de tijd begrijpelijk te maken, zelfs voor de meest afgeleide. Vervolgens was er de invasie van de Napoleontische troepen op het Italiaanse grondgebied die leidde tot de invoering van de zogenaamde Oltramontane of Franse uren, waarin de dag om middernacht begon en werd verdeeld in twee intervallen van twaalf uur. Dit type tijdtelling, kortom, werd in heel Europa toegepast. De pauselijke staat probeerde, nadat de Fransen waren verwijderd, de oude tijdmeting te herstellen, volgens de cursieve uren, maar werd gedwongen deze op te geven en op zijn beurt over te nemen wat nu een universele telmethode was geworden.
Top of the World