De Romeinse artisjok van Sezze wordt geteeld in een klimaatgebied dat bijzonder geschikt is voor de teelt ervan: het Lepini-gebergte beschermt hem tegen het noorden, terwijl de zeewind hem verwarmt vanuit het zuidwesten, wat de ontwikkeling van de typische kenmerken van deze teelt bevordert. Op het oog heeft het bolvormige, compacte en doornloze bloemhoofdjes, groene buitenste schutbladeren die naar paars neigen, de smaak is zoet en aangenaam, de textuur van de binnenste bladeren en het hart is zacht. Hoewel de artisjokteelt in de zuidelijke regio's wijdverbreid is, zijn het in Lazio de beste teelten, tot en met de voortreffelijkheid van de op EU-niveau beschermde Carciofo Romanesco.