Op het schiereiland van Sorrento wordt een zeer gewaardeerde notenpopulatie geteeld. De noten zijn middelgroot, regelmatig ovaal van vorm met een afgeronde basis en een licht spitse top, en hebben een licht kaneelkleurige dunne dop. De pit is licht, volumineus, mals, knapperig en heeft een aangename, delicate smaak.Historisch gezien groeide de walnoot in dit gebied in symbiose met olijfbomen en wijnstokken op de terrassen van de heuvelachtige gebieden, terwijl hij in de vlakten werd geassocieerd met citrusvruchten. De band met het gebied is oud: de walnoot van Sorrento werd al door de Romeinen geteeld en gewaardeerd. Dit blijkt uit de in Herculaneum gevonden fossiele walnoten en verkoolde bomen en de schilderijen met afbeeldingen van walnoten die in de Villa dei Misteri in Pompeii zijn gevonden. Tegenwoordig komt dit verband ook tot uiting in de namen van bepaalde plaatsen en straten: de stad Piano di Sorrento bijvoorbeeld staat ook bekend onder de naam Caruotto, van het Griekse woord charouon, dat walnoot betekent.De oogst (bacchiatura) vindt plaats van september tot eind oktober, afhankelijk van het gebied: de noten worden met lange kastanjestokken geslagen of op de bomen geklommen. De walnoten worden vers verkocht, net geplukt, of worden gedroogd op rekken in de open lucht.Er zijn veel typische recepten aan de kust waarin ze als ingrediënt worden gebruikt: sauzen, spaghetti met walnoten, en niet te vergeten snoepgoed (koekjes, nougats, parfaits) en de beroemde likeur genaamd nocino of nocillo. Sorrento-noten zijn geliefd bij banketbakkers vanwege hun organoleptische eigenschappen, maar ook omdat de pit, in tegenstelling tot andere soorten, gemakkelijk in zijn geheel kan worden geëxtraheerd.Hij wordt geoogst tussen september en oktober