In het groene hart van Umbrië, tussen het riet en de betoverende witte waterlelie, ligt het Trasimenomeer, een waar natuurparadijs waar wilde eenden, aalscholvers, wouwen en ijsvogels samenkomen. Achter de vlakke helling liggen glooiende heuvels met bossen, afgewisseld met zonnebloem- en maïsvelden, wijngaarden en uitgestrekte olijfboomgaarden. Het Trasimenomeer is, met een oppervlakte van 128 km², het grootste meer in Midden-Italië, vierde onder de Italiaanse meren onmiddellijk na het Comomeer. Deze uitbreiding gaat gepaard met een geringe diepte (gemiddeld 4,3 m, maximaal 6 m), zodat Trasimeno een van de laminaire meren is. Er zijn drie eilanden in het meer van Trasimeno, namelijk, in volgorde van grootte, de Polvese, de Maggiore en de Minore.