De verklaring van de semantische inhoud van de plaatsnaam Alberobello is omstreden. Een eerste interpretatie werd gegeven door Notarnicola, voor wie het woord "Alberobello" zou zijn afgeleid van het Latijnse "arbor belli", d.w.z. "boom van de oorlog", waarmee een boom werd aangeduid in de buurt waarvan een oorlogsactie of een wapendaad plaatsvond.
Volgens Notarnicola zelf groeide deze boom, een eik van imposante proporties en ongewone schoonheid, tot 1830, "hij was zo groot dat hij in zijn door de eeuwen hol geworden stam wel vijf personen kon herbergen. Het stond 200 passen onder de bebouwde kom (d.w.z. onder de Rione Monti, de huidige Zona Monumentale), aan de weg naar Martina-Taranto (nu Via dell'Indipendenza), op de plaats die bekend staat als de Carruccio, en werd "de eik van de Carruccio" genoemd.
Lippolis daarentegen heeft een andere interpretatie, voor wie de vermelding "Alberobello" bestaat uit twee woorden waarvan de betekenis "geen misverstand toelaat en overeenstemt met de geofysische en historische realiteit van de plaats". Met andere woorden, volgens Lippolis was de oorspronkelijke naam van de Selva, waarin Alberobello later zou worden gebouwd, "Silva Alborelli", zoals uit een reeks documenten en akten zou blijken, en waaruit een reeks varianten zou voortvloeien, als gevolg van transcriptiefouten, waaronder die van "silva arboris belli", die de theorie van Notarnicola ondersteunt. Volgens Lippolis is het echter misleidend om het Latijn als basis voor dit etymon te gebruiken. Eenvoudiger gezegd, de term "Alberobello" zou zijn afgeleid van het primitieve "Alborelli", dat in de loop van de tijd werd gewijzigd in "Albor-b-elli" en vervolgens in "Alberobello", wat zou duiden op de schoonheid van de bomen in het duizend jaar oude bos.