een prachtig voorbeeld van Apulische Romaanse architectuur en staat zo dicht bij de zee dat het boven het water lijkt te hangen. De gevel van een van de belangrijkste gebouwen van de stad doet denken aan Pisaanse types en bevat een roosvenster versierd met zoömorfe figuren. Een dubbele trap leidt naar het bronzen portaal uit 1180 van de beeldhouwer Barisano da Trani, terwijl de klokkentoren het gebouw domineert. Het interieur wordt in drie beuken verdeeld door twee zuilen. Het sobere karakter van de versieringen verleent een grote spiritualiteit aan de bovenste kerk, van waaruit men toegang heeft tot de eerste crypte, de kerk van Santa Maria, waarin delen van de oude mozaïekvloer bewaard zijn gebleven. Een trap leidt naar de tweede crypte, gewijd aan de heilige Nicolaas Pellegrino, waar de overblijfselen van de heilige worden bewaard. Op het lagere niveau bevindt zich ook het hypogeum van San Leucio, opgegraven onder zeeniveau.De legende vertelt dat Sint Nicolaas Pellegrino, afkomstig uit het klooster van Sint Lucas in Fokida, in Trani aankwam na een reis door Griekenland en Dalmatië. Op slechts 18-jarige leeftijd, toen zijn krachten waren uitgeput, stierf de pelgrim in Trani en naar aanleiding van de wonderen die na zijn dood plaatsvonden, riep de aartsbisschop van Byzantium hem uit tot heilige. Na zijn heiligverklaring besloot hij in 1099 een kerk ter ere van hem te bouwen, op de ruïnes van de kerk van Santa Maria della Scala.De kathedraal, gebouwd in lokale kalksteen tufsteen, is een prachtig voorbeeld van Apulische Romaanse architectuur, uniek omdat het een dubbele kerk is, met een prachtige crypte waarin de overblijfselen van Sint Nicolaas Pellegrino zijn ondergebracht. De bovenste kerk, voltooid in de 13e eeuw, heeft een basiliekopstelling en drie schepen, met halfronde absiden van zulke hoge proporties dat ze doen denken aan Scandinavische bouwwerken. Het gebruik van de spitsboog onder de klokkentoren is een ongebruikelijke architectonische oplossing die het gebouw nog lichter maakt.